Als u hebt besloten om NetworkManager te gebruiken, wordt de GNOME NetworkManager-applet automatisch gestart met de bureaubladomgeving. Als de applet niet actief is, kunt u deze starten met de opdracht nm-applet. Wanneer de applet actief is, wordt een pictogram met de huidige netwerkstatus weergegeven in het systeemvak. Afhankelijk van de status van de netwerkverbinding verandert de weergave van het vensterpictogram. Als u niet zeker weet wat het pictogram betekent, houdt u de muis boven het pictogram totdat een toelichting verschijnt.
Er is een vaste verbinding tot stand gebracht.
Er is momenteel geen verbinding met internet.
Er is een draadloze verbinding tot stand gebracht. Blauwe balken geven de sterkte van het signaal aan. Meer blauwe balken betekent een betere signaalsterkte.
De verbinding wordt tot stand gebracht of beëindigd.
Als uw computer met een netwerkkabel is aangesloten op een bestaand netwerk, gebruikt u de NetworkManager-applet om de netwerkverbinding te kiezen.
Klik met de linkermuisknop op het appletpictogram om een menu met beschikbare netwerken te tonen. De huidige verbinding is geselecteerd in het menu.
Als u wilt wisselen naar een ander netwerk, kiest u het netwerk in de lijst. Als u verbinding wilt maken met een bekabeld netwerk met 802.1X-beveiliging, selecteert u het toepasselijke menu-item en voert u alle vereiste gegevens in voor uw type verbinding.
Als u alle netwerkverbindingen wilt uitschakelen, (zowel bekabeld als draadloos), klikt u met de rechtermuisknop op het applet-pictogram en schakelt u uit.
Voor informatie over de huidige verbinding (met inbegrip van gebruikte interface, IP-adres en hardwareadres) klikt u met de rechtermuisknop op het appletpictogram en selecteert u . In dit dialoogvenster kunt u de netwerkapparaten configureren. Klik hiervoor op om YaST te openen en een nieuwe verbinding te definiëren.
De signaalsterkte van draadloze netwerken wordt ook weergegeven in het menu. Versleutelde draadloze netwerken worden aangeduid met een schildpictogram.
Procedure 11.1. Verbinding maken met een draadloos netwerk
Als u verbinding wilt maken met een draadloos netwerk, klikt u op het applet-pictogram en kiest u een item in de lijst met beschikbare draadloze netwerken.
![]() |
Als het netwerk is versleuteld, wordt er een dialoogvenster geopend.
![]() |
Kies het type waarvan het netwerk gebruikmaakt en geeft de juiste of op.
Als u verbinding wilt maken met een netwerk dat geen ESSID (service set identifier) uitzendt en daardoor niet automatisch kan worden gedetecteerd, klikt u op met de linkermuisknop op het NetworkManager-pictogram en kiest u .
![]() |
Geef in het dialoogvenster dat verschijnt de ESSID op en stel indien nodig de versleutelingsparameters in.
Als u het draadloze netwerk wilt uitschakelen, klikt u met de rechtermuisknop op het appletpictogram en schakelt u uit. Dit kan er nuttig zijn als u zich in een vliegtuig bevindt of in een andere omgeving waarin het gebruik van een draadloos netwerk niet is toegestaan.