SysteemSysteem

In de volgende secties vindt u voorbeelden van manieren waarop u enkele systeemaspecten van het GNOME-bureaublad kunt configureren, zoals de taalinstellingen, energiebeheer, voorkeurstoepassingen, voorkeuren voor sessies en het delen van sessies, zoekopties voor Beagle en audiovoorkeuren.

Streaming audio en video configurerenStreaming audio en video configureren

Met het GNOME-controlecentrum kunt u configureren welke audio- en video-plug-ins u wilt gebruiken voor het streamen van multimedia. Als u deze toepassing wilt openen, klikt u op Computer+Controlecentrum+Systeem+GStreamer-eigenschappen.

In de meeste gevallen gebruikt u de standaardselecties. Als u echter andere plugins wilt selecteren, kiest u deze in de menu's. Op het tabblad Audio ziet u de plugins voor audio-invoer en -uitvoer. Op het tabblad Video worden de plugins voor video vermeld.

Klik op Sluiten wanneer u klaar bent. Het systeem wordt onmiddellijk geconfigureerd voor de geselecteerde plugins.

Taalinstellingen configurerenTaalinstellingen configureren

SUSE Linux Enterprise Desktop kan worden geconfigureerd voor een groot aantal talen. De taalinstelling is bepalend voor de taal van dialoogvensters en menu's, en kan ook de indeling van het toetsenbord en de klok bepalen.

U kunt de volgende taalinstellingen opgeven:

  • Primaire taal

  • Of de toetsenbordtaal moet afhangen van de primaire taal

  • Of de tijdzone moet afhangen van de primaire taal

  • Secondaire talen

De taalinstellingen configureren:

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Systeem+Taal.

  2. Voer het root-wachtwoord in.

    Vraag uw systeembeheerder om het rootwachtwoord als u dit niet weet. Zonder rootwachtwoord kunt u niet verdergaan.

  3. Geef de primaire taal op. Geef aan of u de toetsenbordindeling of de tijdzone wilt aanpassen aan de primaire taal en geef de secundaire talen op die u op de computer wilt ondersteunen.

  4. Klik op Accepteren.

    De instellingen voor de taalconfiguratie worden opgeslagen in diverse configuratiebestanden. Dit proces kan enige minuten in beslag nemen. De nieuwe instellingen zijn onmiddellijk van kracht nadat ze zijn opgeslagen in de configuratiebestanden.

Netwerkproxy's configurerenNetwerkproxy's configureren

Met het hulpmiddel Proxyconfiguratie kunt u configureren hoe het systeem verbinding maakt met internet. U kunt het bureaublad configureren om verbinding te maken met een proxyserver en de details voor de server opgeven. Een proxyserver is een server die verzoeken voor een andere server opvangt en deze vervolgens, indien mogelijk, zelf uitvoert. U kunt de DNS-naam (Domain Name Service) of het IP-adres (Internet Protocol) van de proxyserver opgeven. Een DNS-naam is een unieke alfabetische identificatie voor een computer in een netwerk. Een IP-adres is een unieke numerieke identificatie voor een computer in een netwerk.

Klik op Computer+Controlecentrum+Systeem+Netwerkproxy's.

Figuur 2.22. Dialoogvenster Proxyconfiguratie

Dialoogvenster Proxyconfiguratie

Voor meer informatie over de afzonderlijke opties klikt u op Help.

Energiebeheer configurerenEnergiebeheer configureren

Met de module Energiebeheer kunt u de energie besparende opties van het systeem beheren. Dit is met name handig voor de levensduur van de acculading van een laptop. Er zijn diverse opties waarmee u ook elektriciteit kunt besparen wanneer u werkt met een computer die is aangesloten op het elektriciteitsnet.

In de slaapstand wordt de computer afgesloten wanneer deze gedurende een bepaalde tijd niet wordt gebruikt. Het maakt niet uit of u de accu of netspanning gebruikt: u kunt in beide gevallen opgeven hoelang de computer ongebruikt moet blijven voordat de slaapstand wordt geactiveerd. U kunt ook het beeldscherm van de computer in de slaapstand zetten zonder de computer zelf uit te schakelen, waarmee u de energie bespaart die anders door het beeldscherm wordt verbruikt.

De slaapstand is met name belangrijk wanneer de computer werkt met accuvoeding. Zowel het scherm als de computer gebruiken stroom van de accu. U kunt een aanzienlijke hoeveelheid accuvoeding besparen door een van beide af te sluiten. Het is gebruikelijk om het scherm al eerder in de slaapstand te zetten. Als de computer vervolgens nog langer niet wordt gebruikt, kunt u deze ook in de slaapstand zetten.

Er zijn diverse slaapstanden of acties die u kunt instellen in de module Energiebeheer:

Niets doen

De computer wordt niet afgesloten en gaat niet automatisch over een bepaalde energiebesparingsstand. Als u een laptop hebt, blijft deze normaal functioneren wanneer u de klep sluit.

Scherm op zwart zetten

Het scherm wordt uitgezet, zodat er minder voeding wordt gebruikt.

Pauzestand

Hiermee schakelt u de componenten van de computer die voeding verbruiken uit zoals het scherm en de vaste schijf. Hierbij wordt de inhoud van het RAM-geheugen niet opgeslagen. Niet-opgeslagen gegevens gaan verloren.

Slaapstand

De inhoud van het RAM wordt op de vaste schijf opgeslagen en de computer wordt vervolgens uitgeschakeld. Wanneer u de computer opnieuw start, worden de opgeslagen gegevens weer teruggeplaatst in het RAM en wordt de computer hersteld in de staat waarin deze zich bevond voor het afsluiten. Voor de slaapstand hebt u een hoeveelheid ruimte nodig op de vaste schijf die overeenkomt met de hoeveelheid RAM die op de computer is geïnstalleerd.

Als u de module Energiebeheer wilt openen, klikt u op Computer+Controlecentrum+Systeem+Energiebeheer.

Procedure 2.6. De instellingen voor de slaapstand van de computer opgeven

  1. Klik op het tabblad voor het type voeding dat u gebruikt: als de computer gebruikmaakt van netspanning, klikt u op Loopt op netstroom. Als de computer gebruikmaakt van de accu, klikt u op Loopt op accustroom. Als uw computer zowel met netstroom als met accustroom werkt, kunt u de instellingen op beide tabbladen configureren.

    De gekozen instellingen zijn van kracht ongeacht de voedingsbron die u gebruikt.

  2. Gebruik de schuifregelaars om de hoeveelheid tijd in te stellen die moet verlopen voordat het scherm en de computer overgaan naar de slaapstand.

    Als het scherm in de slaapstand staat, blijft de computer actief. Wanneer de computer in de slaapstand staat, wordt de voeding naar het scherm en de vaste schijf afgesloten en gebruikt de computer alleen de voeding die nodig is om de inhoud van het RAM bij te houden.

  3. Als de computer een laptop is, stelt u in wat er gebeurt als het deksel van de laptop wordt gesloten.

  4. Als u instelt hoe de laptop de accuvoeding beheert, configureert u de actie die u wilt ondernemen als de accuvoeding een kritiek niveau bereikt.

    Kies de gewenste optie in het menu. Als er genoeg ruimte vrij is, is de slaapstand de beste keuze.

  5. Als u energiebesparing belangrijker vindt dan prestaties, schakelt u het selectievakje voor die optie in.

    Als het selectievakje is ingeschakeld, gaan de prestaties van een aantal energie verbruikende voorzieningen, zoals het beeldscherm enigszins achteruit om het energieverbruik te verminderen.

  6. Op het tabblad Algemeen kunt u andere opties instellen, zoals de actie die moet worden uitgevoerd wanneer de aan/uit-knop wordt ingedrukt of het type slaapstand dat moet worden gebruikt als de computer inactief is. De beschikbare opties zijn afhankelijk van het type computer dat u gebruikt (laptop of andere computer).

  7. U kunt ook opgeven wanneer en hoe het energiepictogram moet worden weergegeven in het systeemvak.

  8. Als u alle opties naar wens hebt ingesteld, klikt u op Sluiten. De geselecteerde opties zijn onmiddellijk van kracht.

Voorkeurstoepassingen instellenVoorkeurstoepassingen instellen

Met de module Voorkeurstoepassingen kunt u de standaardtoepassing wijzigen voor diverse algemene taken, zoals het surfen op internet, het verzenden van e-mail of het verbrengen van gegevens met FTP.

Figuur 2.23. Voorkeurstoepassingen

Voorkeurstoepassingen

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Systeem+Voorkeurstoepassingen.

  2. Klik op het tabblad voor het type toepassing dat u gebruikt.

  3. Selecteer een van de beschikbare toepassingen in het menu Selecteren of voer de opdracht in om de toepassing te starten.

  4. Klik op Sluiten.

De wijzigingen worden onmiddellijk van kracht.

Voorkeuren voor gedeelde sessies instellenVoorkeuren voor gedeelde sessies instellen

In het dialoogvenster Bureaublad op afstand kunt u een GNOME-bureaubladsessie delen met meerdere gebruikers en voorkeuren voor gedeelde sessies instellen.

[Important]Het delen van bureaubladsessies is van invloed op de beveiliging

Houd er rekening mee dat het delen van bureaubladsessies een beveiligingsrisico vormt. Gebruik de beschikbare restrictieopties. Als het noodzakelijk is om de opties te wijzigen naar een lager beveiligingsniveau, moet u niet vergeten om zo snel mogelijk weer terug te keren naar een hoger beveiligingsniveau.

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Systeem+Bureaublad op afstand.

    Dialoogvenster Bureaublad-op-afstand voorkeuren
  2. Als u een bureaubladsessie wilt delen met andere gebruikers, activeert u Andere gebruikers toestaan om uw bureaublad weer te geven. Alle toetsenbord-, aanwijzer- en klembordgebeurtenissen van de externe gebruiker worden genegeerd.

  3. Als u andere gebruikers toegang tot uw sessie wilt of moet geven vanaf een externe locatie, activeert u Andere gebruikers toestaan om uw bureaublad te beheren. Klik op de gemarkeerde tekst eronder om het systeemadres via e-mail naar een externe gebruiker te sturen.

  4. Gebruik de beschikbare beveiligingsopties: als u U vragen om bevestiging activeert, hebben externe gebruikers uw bevestiging nodig voordat zij verbinding kunnen maken met uw sessie. Als u een hoger beveiligingsniveau wilt instellen, activeert u De gebruiker verplichten diens wachtwoord in te voeren (als verificatie wordt gebruikt).

Instellingen configureren voor zoeken met BeagleInstellingen configureren voor zoeken met Beagle

Beagle is de zoekmachine voor het GNOME-bureaublad. Standaard is Beagle zo geconfigureerd dat het programma automatisch start en uw home directory indexeert. Als u deze instellingen wilt wijzigen, geeft u het aantal resultaten op dat na elke zoekopdracht wordt weergegeven of wijzigt u de privacyinstellingen van Beagle. Klik hiervoor op Computer+Controlecentrum+ Systeem+Zoeken en indexeren.

Figuur 2.24. Zoekvoorkeuren

Zoekvoorkeuren

Zie de paragraaf "Voorkeuren voor zoeken instellen" en de paragraaf "Voorkomen dat bestanden en mappen worden geïndexeerd" voor meer informatie.

Sessies beherenSessies beheren

In deze module kunt u de sessies beheren. Een sessie is de tijd tussen het moment waarop zich aanmeldt bij de bureaubladomgeving en het moment waarop u zich afmeldt. U kunt sessievoorkeuren instellen en opgeven welke toepassingen worden gestart wanneer u een sessie begint. U kunt sessies zo configureren dat de staat van toepassingen wordt opgeslagen en deze herstellen wanneer u een nieuwe sessie start.

U kunt met dit voorkeurshulpmiddel ook meerdere sessies beheren. U kunt bijvoorbeeld een mobiele sessie hebben waarin de toepassingen worden gestart die u vaak gebruikt als u op reis bent, een demosessie waarin toepassingen worden gestart waarmee u een demonstratie of een diapresentatie voor klanten geeft, en een werksessie waarin een andere set toepassingen wordt gestart die u op kantoor gebruikt.

Klik op Computer+Controlecentrum+Systeem+Sessies.

Figuur 2.25. Dialoogvenster Sessies — Pagina Sessieopties

Dialoogvenster Sessies — Pagina Sessieopties

Procedure 2.7. Voorkeuren voor sessies instellen

  1. Gebruik het tabblad Sessieopties om meerdere sessies te beheren en voorkeuren in te stellen voor de huidige sessie.

    Als u bijvoorbeeld meerdere sessies wilt beheren, klikt u op Toevoegen en voert u een sessienaam in om een nieuwe sessie te maken. Wanneer u zich aanmeldt bij GDM, kunt u vervolgens kiezen welke van de meerdere sessies u wilt gebruiken.

  2. Op het tabblad Huidige sessie kunt u de opties voor de huidige sessie wijzigen. Voor meer informatie over de afzonderlijke opties klikt u op Help.

  3. Op het tabblad Opstartprogramma's kunt u programma's toevoegen die automatisch moeten worden gestart aan het begin van een sessie. Klik op Toevoegen en geef de opdracht op waarmee deze toepassing wordt uitgevoerd. Als u meerdere opstarttoepassingen opgeeft, gebruikt u het vakje Volgorde om de opstartvolgorde van elke toepassing te bepalen. De opdrachten worden automatisch uitgevoerd wanneer u zich aanmeldt.

    U kunt een opstarttoepassing ook Verwijderen of tijdelijk Uitschakelen.

Voorkeuren voor geluid instellenVoorkeuren voor geluid instellen

Met het hulpprogramma Geluidsvoorkeuren kunt u bepalen wanneer de geluidsserver start. U kunt ook opgeven welke geluiden worden afgespeeld wanneer bepaalde gebeurtenissen zich voordoen.

Klik op Computer+Controlecentrum+Systeem+Geluid om het hulpprogramma Geluidsvoorkeuren te openen.

Figuur 2.26. Dialoogvenster Geluidsvoorkeuren

Dialoogvenster Geluidsvoorkeuren

Gebruik het tabblad Geluiden om op te geven wanneer de geluidsserver moet worden gestart. U kunt ook geluidsfuncties inschakelen voor gebeurtenissen.

Klik op Software soundmixing inschakelen (ESD) om de geluidsserver te starten wanneer u een sessie start. Wanneer de geluidsserver actief is, kan het bureaublad geluiden afspelen.

Klik op Systeemgeluiden afspelen om geluiden af te spelen als bepaalde gebeurtenissen zich voordoen op het bureaublad.

Selecteer ten slotte het geluid dat moet worden afgespeeld bij elk van de opgegeven gebeurtenissen.

Sommige toepassingen laten een pieptoon horen om een invoerfout van het toetsenbord aan te geven. Geef op het tabblad Systeempieptoon de voorkeuren op voor de systeempieptoon.

Beheerinstellingen configureren met YaSTBeheerinstellingen configureren met YaST

YaST is gemakkelijk toegankelijk via het configuratiescherm en via het menu Toepassingen. Meer informatie over het gebruik van YaST vindt u onder System Configuration with YaST in de Deployment Guide.


SUSE Linux Enterprise Desktop GNOME Gebruikershandleiding 10 SP2