PersoonlijkPersoonlijk

In de volgende secties vindt u voorbeelden van manieren waarop u enkele persoonlijke aspecten van het GNOME-bureaublad kunt configureren, zoals de toetsenbordtoegankelijkheid, sneltoetsen en ondersteunende technologie, en leert u hoe u uw wachtwoord kunt wijzigen of virtuele sleutelbossen kunt beheren.

Instellingen configureren voor toetsenbordtoegankelijkheidInstellingen configureren voor toetsenbordtoegankelijkheid

GNOME bevat toetsenbordinstellingen die speciaal zijn bestemd om gebruikers met een fysieke handicap te helpen bij het werken met het GNOME-bureaublad. Hieronder ziet u een aantal beschikbare instellingen:

  • Hoe lang een toets ingedrukt wordt gehouden, voordat dit wordt herkend als geldige invoer

  • Of het toetsenbord kan worden gebruikt als muis

  • Of toetscombinaties met Alt, Ctrl en Shift kunnen worden gedupliceerd met "plakkende toetsen"

Als u de instellingen voor de toetsenbordtoegankelijkheid wilt configureren, klikt u op Computer+Controlecentrum+Persoonlijk+Toegankelijkheid.

Figuur 2.19. Dialoogvenster Voorkeuren voor toegankelijkheid toetsenbord

Dialoogvenster Voorkeuren voor toegankelijkheid toetsenbord

Voordat u instellingen kunt wijzigen, moet u Toegankelijkheidsvoorzieningen van toetsenbord inschakelen boven aan het venster activeren.

Vervolgens kunt u op drie tabbladen diverse instellingen voor toetsen opgeven:

Plakkende toetsen

Voor sommige sneltoetsen moet één toets (modificatietoets) voortdurend worden ingedrukt (bijvoorbeeld Alt, Ctrl en Shift) terwijl de rest van de snelkoppeling wordt ingevoerd. Wanneer plakkende toetsen worden gebruikt, wordt één druk op een toets geïnterpreteerd als ingedrukt houden. Als u plakkende toetsen wilt inschakelen, schakelt u het bijbehorende selectievakje in. Als u een geluidssignaal wilt laten horen voor elke keer dat een modificatietoets wordt ingedrukt, activeert u Pieptoon wanneer op de modificatietoets wordt gedrukt. Als Uitschakelen als twee toetsen tegelijk worden ingedrukt is ingeschakeld, "plakken" de toetsen niet meer wanneer twee toetsen tegelijk worden ingedrukt. Het systeem gaat er dan van uit dat de sneltoets volledig is ingevoerd.

Herhaaltoetsen

Activeer Herhalingstoetsen inschakelen om de schuifregelaars voor Vertraging en Snelheid aan te passen. Hiermee bepaalt u hoe lang een toets ingedrukt moet worden gehouden voordat de automatische toetsenbordherhaalfunctie wordt geactiveerd en met welke snelheid de tekens vervolgens worden getypt.

Test het effect van de instellingen in het veld onder aan het dialoogvenster. Selecteer parameters die passen bij uw normale typgewoonten.

Langzame toetsen

Om te voorkomen dat u per ongeluk typt, gaat u naar het tabblad Filters en activeert u Langzame toetsen inschakelen. Stel een minimumtijd in dat een toets ingedrukt moet worden gehouden voordat dit door het systeem wordt herkend als geldige invoer. U kunt ook bepalen of een geluidssignaal moet worden gegeven bij het indrukken van toetsen, en voor geaccepteerde en geweigerde toetsen.

Stuiterende toetsen

Om te voorkomen dat u tekens twee keer typt, activeert u Stuiterende toetsen inschakelen op het tabblad Filters en stelt u een minimumtijd in waarbinnen het twee maal achtereenvolgens indrukken van dezelfde toets wordt geaccepteerd als de invoer van twee afzonderlijke tekens. Indien gewenst kunt u een hoorbaar feedbacksignaal activeren als een druk op een toets wordt geweigerd.

Toetsen aan/uit

Als u Toetsen aan/uit inschakelen activeert, hoort u een geluidssignaal wanneer u een toets voor het in- of uitschakelen van hoofdletters indrukt.

Muistoetsen

Als u het toetsenbord als muis wilt gebruiken, gaat u naar het tabblad Muistoetsen en activeert u Muistoetsen inschakelen. De muisaanwijzer wordt bestuurd met de pijltoetsen op het numerieke toetsenblok. Met de schuifregelaars kunt u de maximale snelheid van de muisaanwijzer instellen, de versnellingstijd tot de maximumsnelheid is bereikt en de wachttijd tussen het drukken op een toets en het verplaatsen van de cursor.

U kunt er ook voor kiezen om de toetsenbordtoegankelijkheidsvoorkeuren automatisch uit te schakelen na een bepaalde periode van inactiviteit. Hiervoor klikt u op het tabblad Eenvoudig, activeert u Uitschakelen indien niet gebruikt gedurende en gebruikt u de schuifregelaar om een toepasselijke tijdslimiet in te stellen (gemeten in seconden). Het systeem kan bovendien een geluidssignaal geven wanneer de toetsenbordtoegankelijkheidsfuncties worden in- en uitgeschakeld.

Ondersteunende technologie configurerenOndersteunende technologie configureren

Er zijn diverse ondersteunende technologieën opgenomen voor gebruikers met speciale behoeften:

  • Schermlezer

  • Schermvergrootglas

  • Schermtoetsenbord

Als u de ondersteunende technologieën wilt configureren, klikt u op Computer+Controlecentrum+Persoonlijk+Voorkeuren ondersteunende technologie. Als u de technologieën wilt activeren, selecteert u eerst Ondersteunende technologie inschakelen en vervolgens de technologieën die u wilt inschakelen wanneer u zich aanmeldt.

Figuur 2.20. Dialoogvenster Voorkeuren ondersteunende technologie

Dialoogvenster Voorkeuren ondersteunende technologie

Voor ondersteuning van het schermtoetsenbord moet het gok-pakket zijn geïnstalleerd. Voor de schermlees- en vergrotingsfuncties moeten de gnopernicus- en gnome-mag-pakketten zijn geïnstalleerd.

Als deze pakketten niet op het systeem zijn geïnstalleerd (ze worden standaard opgenomen bij de installatie), installeert u ze met de volgende procedure:

  1. Start YaST-pakketbeheer vanaf de opdrachtregel of open YaST en selecteer Software+Softwarebeheer.

  2. Selecteer Zoeken voor Filter.

  3. Typ de naam van het pakket dat u wilt installeren in het veld Zoeken en druk op Enter. Het pakket wordt weergegeven in het rechterkader.

  4. Selecteer het pakket voor installatie. Als u klaar bent, kunt u zoeken naar meer pakketten en deze selecteren voor installatie in één keer.

  5. Klik op Accepteren om de installatie van de pakketten te starten.

Uw wachtwoord wijzigenUw wachtwoord wijzigen

Veiligheidshalve is het een goed idee om uw aanmeldingswachtwoord regelmatig te wijzigen. Het wachtwoord wijzigen:

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Persoonlijk+Wachtwoord wijzigen.

  2. Typ uw oude (huidige) wachtwoord.

  3. Typ uw nieuwe wachtwoord.

  4. Bevestig uw nieuwe wachtwoord door dit nogmaals te typen en klik op OK.

Sleutelbossen beherenSleutelbossen beheren

GNOME Sleutelbos-beheer biedt een interface voor het weergeven van de geheimen die zijn opgeslagen in de sleutelbossen op de computer. Geheimen omvatten items als:

  • Wachtwoorden

  • Draadloze aanmeldgegevens

  • Certificaten

  • Gegevens voor het aanmelden op een andere computer

De meeste gebruikers zullen nooit gebruikmaken van GNOME Sleutelbos-beheer, omdat geheimen worden beheerd door de toepassingen waarin ze worden gemaakt. Wanneer een GNOME-toepassing die gebruik maakt van GNOME Sleutelbos-beheer toegang nodig heeft tot wachtwoorden of identificatiegegevens die hierin zijn opgeslagen, wordt er gecontroleerd of de sleutelbos al dan niet is vergrendeld. Als de sleutelbos is vergrendeld, wordt u gevraagd om het hoofdwachtwoord op te geven om deze te ontgrendelen.

Als u Sleutelbos-beheer wilt openen (onafhankelijk van enige interactie met een toepassing), drukt u op Alt-F2 en typt u gnome-keyring-manager.

Een geheim verwijderen:

  1. In de lijst met sleutelbossen links in Sleutelbos-beheer klikt u op Standaard.

  2. Klik op het geheim dat u wilt verwijderen in de lijst rechtsboven in Sleutelbos-beheer.

  3. Klik op Sleutelbos > Sleutelbos verwijderen.

    Het geheim wordt uit de lijst verwijderd.

Single Sign-on gebruiken met Novell CASASingle Sign-on gebruiken met Novell CASA

Single Sign-on is een methode voor toegangsbeheer waarmee gebruikers één keer worden geverifieerd en vervolgens toegang hebben tot de bronnen van meerdere softwaresystemen. Met CASA (Common Authentication Service Adapter) kunt u de identificatiegegevens beheren voor diverse platforms, waaronder SUSE Linux Enterprise, Microsoft* Windows* en Macintosh* OS 10. U kunt wachtwoorden opzoeken en opslaan voor de programma's en services die op al deze platforms zijn geïnstalleerd. CASA kan ook worden gebruikt met GNOME Sleutelbos, KWallet van KDE en de Firefox-wachtwoordenbeheerder, waardoor u al deze toepassingen indien gewenst kunt beheren vanuit één interface.

Voordat u CASA kunt gebruiken om uw wachtwoorden te beheren, moet CASA worden ingeschakeld in YaST. Hiervoor start u YaST en klikt u op Beveiliging+CASA. Klik in het dialoogvenster CASA-configuratie op CASA inschakelen en klik na het bevestigingsbericht op Voltooien om YaST te sluiten.

Procedure 2.5. Wachtwoorden beheren met Novell CASA

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Persoonlijk+Novell CASA Manager.

  2. Als de CASA-services nog niet beschikbaar zijn, kunt u via een berichtvak de toepasselijke YaST-module starten om CASA eerst in te schakelen.

  3. Als u CASA de eerste keer start, wordt u gevraagd om een hoofdwachtwoord om uw identificatiegegevens te versleutelen en beveiligen. Voer het hoofdwachtwoord twee keer in en klik op OK. Novell CASA Manager wordt geopend.

    [Important]Permanente opslag in CASA is gekoppeld aan het aanmeldingswachtwoord

    Controleer of uw aanmeldingswachtwoord is geregistreerd en of er een item SS_CredSet:Desktop wordt weergegeven op het tabblad miCASA. Als het item niet wordt weergegeven, meldt u zich af en vervolgens weer aan bij het bureaublad om uw wachtwoord te registreren in CASA. Als uw aanmeldingswachtwoord niet bekend is bij CASA, kunt u Single Sign-on niet gebruiken.

  4. Als u CASA wilt configureren, selecteert u Opties+Voorkeuren.

  5. Selecteer in het dialoogvenster Voorkeuren de archieven die door CASA moeten worden ondersteund en klik op OK. Er wordt een tabblad toegevoegd voor elk archief dat u selecteert, zodat u nu de wachtwoorden die hierin zijn opgeslagen kunt gebruiken en beheren vanuit Novell CASA Manager.

  6. Als u een wachtwoord wilt verwijderen uit een van de archieven, selecteert u het item, klikt u met de rechtermuisknop en kiest u Verwijderen.

  7. Als u het hoofdwachtwoord van CASA moet wijzigen, selecteert u Opties+Hoofdwachtwoord wijzigen.

U kunt ook bestaande wachtwoorden bewerken, wachtwoorden im- of exporteren, of wachtwoorden koppelen aan Novell CASA. Voor gedetailleerde informatie klikt u op Help+Inhoud om toegang te krijgen tot de online Help van CASA. De volledige documentatie voor CASA is te vinden op http://developer.novell.com/wiki/index.php/Special:Downloads/casa.

Snelkoppelingen aanpassenSnelkoppelingen aanpassen

Een snelkoppeling is een toets of een combinatie van toetsen waarmee u een actie op een andere manier kunt uitvoeren. U kunt de snelkoppelingen voor een aantal acties aanpassen.

Als u het hulpprogramma Snelkoppelingen wilt openen, klikt u op Computer+Controlecentrum+Persoonlijk+Snelkoppelingen.

Figuur 2.21. Dialoogvenster Snelkoppelingen

Dialoogvenster Snelkoppelingen

Als u de snelkoppelingen voor een actie wilt wijzigen, selecteert u de actie en drukt u op de toetsen die u aan de actie wilt koppelen. Als u de snelkoppelingen voor een actie wilt uitschakelen, klikt u op de snelkoppeling voor de actie en drukt u op <—.


SUSE Linux Enterprise Desktop GNOME Gebruikershandleiding 10 SP2