In de volgende secties vindt u voorbeelden van manieren waarop u enkele persoonlijke aspecten van het GNOME-bureaublad kunt configureren, zoals de toetsenbordtoegankelijkheid, sneltoetsen en ondersteunende technologie, en leert u hoe u uw wachtwoord kunt wijzigen of virtuele sleutelbossen kunt beheren.
GNOME bevat toetsenbordinstellingen die speciaal zijn bestemd om gebruikers met een fysieke handicap te helpen bij het werken met het GNOME-bureaublad. Hieronder ziet u een aantal beschikbare instellingen:
Hoe lang een toets ingedrukt wordt gehouden, voordat dit wordt herkend als geldige invoer
Of het toetsenbord kan worden gebruikt als muis
Of toetscombinaties met Alt, Ctrl en Shift kunnen worden gedupliceerd met "plakkende toetsen"
Als u de instellingen voor de toetsenbordtoegankelijkheid wilt configureren, klikt u op +++.
Voordat u instellingen kunt wijzigen, moet u boven aan het venster activeren.
Vervolgens kunt u op drie tabbladen diverse instellingen voor toetsen opgeven:
Voor sommige sneltoetsen moet één toets (modificatietoets) voortdurend worden ingedrukt (bijvoorbeeld Alt, Ctrl en Shift) terwijl de rest van de snelkoppeling wordt ingevoerd. Wanneer plakkende toetsen worden gebruikt, wordt één druk op een toets geïnterpreteerd als ingedrukt houden. Als u plakkende toetsen wilt inschakelen, schakelt u het bijbehorende selectievakje in. Als u een geluidssignaal wilt laten horen voor elke keer dat een modificatietoets wordt ingedrukt, activeert u . Als is ingeschakeld, "plakken" de toetsen niet meer wanneer twee toetsen tegelijk worden ingedrukt. Het systeem gaat er dan van uit dat de sneltoets volledig is ingevoerd.
Activeer om de schuifregelaars voor en aan te passen. Hiermee bepaalt u hoe lang een toets ingedrukt moet worden gehouden voordat de automatische toetsenbordherhaalfunctie wordt geactiveerd en met welke snelheid de tekens vervolgens worden getypt.
Test het effect van de instellingen in het veld onder aan het dialoogvenster. Selecteer parameters die passen bij uw normale typgewoonten.
Om te voorkomen dat u per ongeluk typt, gaat u naar het tabblad en activeert u . Stel een minimumtijd in dat een toets ingedrukt moet worden gehouden voordat dit door het systeem wordt herkend als geldige invoer. U kunt ook bepalen of een geluidssignaal moet worden gegeven bij het indrukken van toetsen, en voor geaccepteerde en geweigerde toetsen.
Om te voorkomen dat u tekens twee keer typt, activeert u op het tabblad en stelt u een minimumtijd in waarbinnen het twee maal achtereenvolgens indrukken van dezelfde toets wordt geaccepteerd als de invoer van twee afzonderlijke tekens. Indien gewenst kunt u een hoorbaar feedbacksignaal activeren als een druk op een toets wordt geweigerd.
Als u activeert, hoort u een geluidssignaal wanneer u een toets voor het in- of uitschakelen van hoofdletters indrukt.
Als u het toetsenbord als muis wilt gebruiken, gaat u naar het tabblad en activeert u . De muisaanwijzer wordt bestuurd met de pijltoetsen op het numerieke toetsenblok. Met de schuifregelaars kunt u de maximale snelheid van de muisaanwijzer instellen, de versnellingstijd tot de maximumsnelheid is bereikt en de wachttijd tussen het drukken op een toets en het verplaatsen van de cursor.
U kunt er ook voor kiezen om de toetsenbordtoegankelijkheidsvoorkeuren automatisch uit te schakelen na een bepaalde periode van inactiviteit. Hiervoor klikt u op het tabblad , activeert u en gebruikt u de schuifregelaar om een toepasselijke tijdslimiet in te stellen (gemeten in seconden). Het systeem kan bovendien een geluidssignaal geven wanneer de toetsenbordtoegankelijkheidsfuncties worden in- en uitgeschakeld.
Er zijn diverse ondersteunende technologieën opgenomen voor gebruikers met speciale behoeften:
Schermlezer
Schermvergrootglas
Schermtoetsenbord
Als u de ondersteunende technologieën wilt configureren, klikt u op +++. Als u de technologieën wilt activeren, selecteert u eerst en vervolgens de technologieën die u wilt inschakelen wanneer u zich aanmeldt.
Voor ondersteuning van het schermtoetsenbord moet het gok-pakket zijn geïnstalleerd. Voor de schermlees- en vergrotingsfuncties moeten de gnopernicus- en gnome-mag-pakketten zijn geïnstalleerd.
Als deze pakketten niet op het systeem zijn geïnstalleerd (ze worden standaard opgenomen bij de installatie), installeert u ze met de volgende procedure:
Start YaST-pakketbeheer vanaf de opdrachtregel of open YaST en selecteer +.
Selecteer voor .
Typ de naam van het pakket dat u wilt installeren in het veld en druk op Enter. Het pakket wordt weergegeven in het rechterkader.
Selecteer het pakket voor installatie. Als u klaar bent, kunt u zoeken naar meer pakketten en deze selecteren voor installatie in één keer.
Klik op om de installatie van de pakketten te starten.
Veiligheidshalve is het een goed idee om uw aanmeldingswachtwoord regelmatig te wijzigen. Het wachtwoord wijzigen:
Klik op +++.
Typ uw oude (huidige) wachtwoord.
Typ uw nieuwe wachtwoord.
Bevestig uw nieuwe wachtwoord door dit nogmaals te typen en klik op .
GNOME Sleutelbos-beheer biedt een interface voor het weergeven van de geheimen die zijn opgeslagen in de sleutelbossen op de computer. Geheimen omvatten items als:
Wachtwoorden
Draadloze aanmeldgegevens
Certificaten
Gegevens voor het aanmelden op een andere computer
De meeste gebruikers zullen nooit gebruikmaken van GNOME Sleutelbos-beheer, omdat geheimen worden beheerd door de toepassingen waarin ze worden gemaakt. Wanneer een GNOME-toepassing die gebruik maakt van GNOME Sleutelbos-beheer toegang nodig heeft tot wachtwoorden of identificatiegegevens die hierin zijn opgeslagen, wordt er gecontroleerd of de sleutelbos al dan niet is vergrendeld. Als de sleutelbos is vergrendeld, wordt u gevraagd om het hoofdwachtwoord op te geven om deze te ontgrendelen.
Als u Sleutelbos-beheer wilt openen (onafhankelijk van enige interactie met een toepassing), drukt u op Alt-F2 en typt u gnome-keyring-manager.
Een geheim verwijderen:
In de lijst met sleutelbossen links in Sleutelbos-beheer klikt u op .
Klik op het geheim dat u wilt verwijderen in de lijst rechtsboven in Sleutelbos-beheer.
Klik op > .
Het geheim wordt uit de lijst verwijderd.
Single Sign-on is een methode voor toegangsbeheer waarmee gebruikers één keer worden geverifieerd en vervolgens toegang hebben tot de bronnen van meerdere softwaresystemen. Met CASA (Common Authentication Service Adapter) kunt u de identificatiegegevens beheren voor diverse platforms, waaronder SUSE Linux Enterprise, Microsoft* Windows* en Macintosh* OS 10. U kunt wachtwoorden opzoeken en opslaan voor de programma's en services die op al deze platforms zijn geïnstalleerd. CASA kan ook worden gebruikt met GNOME Sleutelbos, KWallet van KDE en de Firefox-wachtwoordenbeheerder, waardoor u al deze toepassingen indien gewenst kunt beheren vanuit één interface.
Voordat u CASA kunt gebruiken om uw wachtwoorden te beheren, moet CASA worden ingeschakeld in YaST. Hiervoor start u YaST en klikt u op +. Klik in het dialoogvenster op en klik na het bevestigingsbericht op om YaST te sluiten.
Procedure 2.5. Wachtwoorden beheren met Novell CASA
Klik op +++.
Als de CASA-services nog niet beschikbaar zijn, kunt u via een berichtvak de toepasselijke YaST-module starten om CASA eerst in te schakelen.
Als u CASA de eerste keer start, wordt u gevraagd om een hoofdwachtwoord om uw identificatiegegevens te versleutelen en beveiligen. Voer het hoofdwachtwoord twee keer in en klik op . wordt geopend.
![]() |
![]() | Permanente opslag in CASA is gekoppeld aan het aanmeldingswachtwoord |
|---|---|
Controleer of uw aanmeldingswachtwoord is geregistreerd en of er een item wordt weergegeven op het tabblad . Als het item niet wordt weergegeven, meldt u zich af en vervolgens weer aan bij het bureaublad om uw wachtwoord te registreren in CASA. Als uw aanmeldingswachtwoord niet bekend is bij CASA, kunt u Single Sign-on niet gebruiken. | |
Als u CASA wilt configureren, selecteert u +.
Selecteer in het dialoogvenster de archieven die door CASA moeten worden ondersteund en klik op . Er wordt een tabblad toegevoegd voor elk archief dat u selecteert, zodat u nu de wachtwoorden die hierin zijn opgeslagen kunt gebruiken en beheren vanuit .
Als u een wachtwoord wilt verwijderen uit een van de archieven, selecteert u het item, klikt u met de rechtermuisknop en kiest u .
Als u het hoofdwachtwoord van CASA moet wijzigen, selecteert u +.
U kunt ook bestaande wachtwoorden bewerken, wachtwoorden im- of exporteren, of wachtwoorden koppelen aan Novell CASA. Voor gedetailleerde informatie klikt u op + om toegang te krijgen tot de online Help van CASA. De volledige documentatie voor CASA is te vinden op http://developer.novell.com/wiki/index.php/Special:Downloads/casa.
Een snelkoppeling is een toets of een combinatie van toetsen waarmee u een actie op een andere manier kunt uitvoeren. U kunt de snelkoppelingen voor een aantal acties aanpassen.
Als u het hulpprogramma Snelkoppelingen wilt openen, klikt u op +++.
Als u de snelkoppelingen voor een actie wilt wijzigen, selecteert u de actie en drukt u op de toetsen die u aan de actie wilt koppelen. Als u de snelkoppelingen voor een actie wilt uitschakelen, klikt u op de snelkoppeling voor de actie en drukt u op <—.