UiterlijkUiterlijk

In de volgende secties vindt u voorbeelden van manieren waarop u enkele aspecten van het uiterlijk van het GNOME-bureaublad kunt configureren, zoals de achtergrond van het bureaublad en de schermbeveiliging, 3D-bureaubladeffecten, thema's, het gedrag van vensters of menu's.

Achtergrondinstellingen voor bureaublad wijzigenAchtergrondinstellingen voor bureaublad wijzigen

De bureaubladachtergrond is de afbeelding of de kleur die u op het bureaublad hebt toegepast. U kunt de bureaubladachtergrond op de volgende manieren aanpassen:

  • Selecteer een afbeelding voor de bureaubladachtergrond. De afbeelding wordt over de achtergrondkleur van het bureaublad heen geplaatst. De kleur van de bureaubladachtergrond is zichtbaar als u een transparante afbeelding selecteert of als de afbeelding niet het hele bureaublad bedekt.

  • Selecteer een kleur voor de bureaubladachtergrond. U kunt een effen kleur selecteren of een verloopeffect maken met twee kleuren. Een verloopeffect is een visueel effect waarbij de ene kleur langzamerhand overgaat in een andere kleur.

De bureaubladvoorkeuren wijzigen:

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Bureaubladachtergrond.

  2. Als u de afbeelding op de achtergrond wilt wijzigen, selecteert u een van de opties voor Behang bureaublad in de lijst en selecteert u de stijl waarin u de afbeelding op het bureaublad wilt schikken.

  3. Als u een aangepaste afbeelding wilt gebruiken, klikt u op Achtergrond toevoegen en selecteert u een afbeeldingsbestand in het bestandssysteem.

  4. Als u geen afbeelding op de achtergrond wilt plaatsen, geeft u een kleurenschema op met behulp van de opties in de vervolgkeuzelijst Bureaubladkleuren en de kleurkeuzeknoppen.

  5. Wanneer u tevreden bent met uw keuzes, klikt u op Sluiten.

    Het bureaublad wordt meteen aangepast aan de nieuwe instellingen.

Bureaubladeffecten configurerenBureaubladeffecten configureren

Xgl is een Xserver-architectuur waarin u het bureaublad kunt veranderen in een roterende 3D-kubus, vensters kunt stapelen terwijl ze elkaar niet overlappen en waarin u kunt afwisselen tussen taken terwijl u live miniaturen weergeeft. U kunt doorschijnende of transparante vensters inschakelen, in- en uitzoomen op het bureaubladscherm en andere venstereffecten gebruiken zoals schaduwen, vervagen en transformeren. U kunt vensters ook zo configureren dat ze aan andere vensters en schermranden vastklikken als ze worden verplaatst.

Figuur 2.6. 3-D bureaublad

3-D bureaublad

Bureaubladeffecten inschakelenBureaubladeffecten inschakelen

Als u Xgl wilt activeren, hebt u een grafische adapter nodig die 3-D ondersteunt. Ook hebt u het grafische stuurprogramma nodig dat Linux gebruikt voor de werking van de grafische adapter. Dit stuurprogramma moet OpenGL-verzoeken (of 3-D) van de Linux-kernel kunnen verwerken. Zie voor een lijst met ondersteunde adapters het bestand /etc/X11/xgl-hardware-list dat is opgenomen in de installatieprocedure voor SUSE Linux Enterprise Desktop. In dit bestand vindt u welke grafische kaarten samenwerken met Xgl, welke kaarten dat niet doen, en welke kaarten mogelijk samenwerken met Xgl, naar niet worden ondersteund, omdat ze te langzaam zijn of andere bekende gebreken vertonen.

De schermresolutie moet tussen 1024x768 en 1920x2000 liggen. Daarnaast moet de kleurdiepte ingesteld zijn op 24-bits. 3-D versnelling moet ook zijn ingeschakeld. Met SaX2 kunt u de eigenschappen van de grafische kaart en de monitor indien nodig wijzigen.

Bureaubladeffecten inschakelen:

  1. Klik op Computer+Controlecentrum.

  2. Klik op Bureaubladeffecten in de groep Uiterlijk.

    Het hulpprogramma Bureaubladeffecten analyseert uw systeem en probeert te bepalen of u wel of niet met Xgl kunt werken. Als een probleem wordt gevonden, wordt een advies gegeven voor de te ondernemen actie. U moet bijvoorbeeld de schermresolutie of de kleurdiepte aanpassen of 3-D versnelling activeren. Volg de instructies op het scherm om het systeem te configureren voor Xgl.

  3. Nadat u het systeem hebt geconfigureerd voor Xgl, klikt u op Bureaubladeffecten inschakelen.

  4. Typ het rootwachtwoord en klik op Doorgaan.

  5. Klik op Afmelden als u zich wilt afmelden bij de sessie. Typ vervolgens uw gebruikersnaam en het wachtwoord om u weer aan te melden.

    De standaardbureaubladeffecten zijn nu ingeschakeld. Vensters "trillen" bijvoorbeeld wanneer ze voor het eerst verschijnen en wanneer u ze verplaatst, en ze vervagen wanneer u ze sluit. Wanneer u een venster helemaal naar rechts sleept op het scherm, wordt de bureaubladkubus geroteerd. Ga naar de paragraaf "Bureaubladeffecten wijzigen" als u deze effecten wilt wijzigen.

U kunt Xgl ook inschakelen met de volgende opdracht als root:

     gnome-xgl-switch --enable-xgl
    

Als u Xgl wilt uitschakelen, klikt u op Bureaubladeffecten uitschakelen in het dialoogvenster Instellingen van bureaubladeffecten of voert u de volgende opdracht uit als root:

      gnome-xgl-switch --disable-xgl
     

Bureaubladeffecten wijzigenBureaubladeffecten wijzigen

Gebruik het hulpprogramma Instellingen van bureaubladeffecten om bepaalde bureaubladeffecten in of uit te schakelen, of om de toetsaanslagen of muisacties te wijzigen waarmee deze effecten worden aangestuurd.

  1. Klik op Computer+Controlecentrum.

  2. Klik op Bureaubladeffecten in de groep Uiterlijk.

  3. Kies uit een van de volgende opties:

  4. Klik op Sluiten wanneer u klaar bent met het aanbrengen van wijzigingen.

U kunt ook gconf-editor gebruik om de Xgl-instellingen te wijzigen.

  1. Klik op Computer+Meer toepassingen+Systeem+GNOME Configuratie Editor of druk op Alt-F2 en typ gconf-editor.

  2. Navigeer naar de registermappen apps/compiz/general en apps/compiz/plugins en breng de gewenste wijzigingen aan.

  3. Klik op Bestand+Afsluiten om de Configuratie Editor te sluiten.

VenstereffectenVenstereffecten

Met de opties op dit tabblad kunt u opgeven wat er gebeurt als u vensters verplaatst, hoe vensterovergangen worden weergegeven en hoe u de vensterdekking aanpast.

Figuur 2.7. Tabblad Venstereffecten

Tabblad Venstereffecten

Bewegende vensters

Standaard worden vensters transparant wanneer u ze verplaatst. Als u de vensterranden wilt laten vastklikken aan de randen van andere vensters en werkruimten wanneer u Shift ingedrukt houdt tijdens het verplaatsen, moeten de selectievakjes Vensters beven terwijl ze worden verplaatst en Vensterranden blijven plakken aan andere vensters wanneer u "Shift" ingedrukt houdt zijn ingeschakeld.

U kunt ook opgeven dat vensters er vervormd (beverig) uitzien als u ze verplaatst of vergroot/verkleint, waarmee u de indruk wekt dat het venster vloeiend is en niet strak.

Vensterovergangen

Met deze opties voegt u effecten toe voor het verschijnen en verdwijnen van vensters en menu's wanneer u deze opent en sluit. De vensters verdwijnen ook in een vloeiende beweging in de taakbalk wanneer ze worden geminimaliseerd en nemen vloeiend hun normale grootte weer aan wanneer u ze opnieuw opent.

Doorschijnende vensters

Met deze optie kunt u met het muiswiel bepalen hoe transparant een venster op het scherm wordt weergegeven. Selecteer Gebruik het muiswiel plus deze wijzigingstoetsen om de transparantie te wijzigen, en selecteer de knop of de knoppencombinatie die u wilt gebruiken. Selecteer een venster, houd de geselecteerde knop of knoppen ingedrukt, schuif het muiswiel omhoog of omlaag om de transparantie van het venster te wijzigen.

Figuur 2.8. Doorschijnend venster

Doorschijnend venster

BureaubladkubusBureaubladkubus

Met de opties op dit tabblad geeft u op hoeveel zijden de bureaubladkubus heeft, met welke combinatie van toetsaanslag en muisknop u de kubus versleept en hoe u de randen spiegelt.

Figuur 2.9. Tabblad Bureaubladkubus

Tabblad Bureaubladkubus

Bureaubladkubus

Standaard ziet u met deze optie vier bureaubladen op de zijden van een virtuele kubus die u kunt roteren om elk bureaublad te openen. U beschikt zo over extra ruimte om de open toepassingen en vensters te rangschikken. U kunt bijvoorbeeld een editor op één bureaublad zetten, een aantal shells op een tweede en de e-mailtoepassing en de webbrowser op het derde bureaublad. U roteert de kubus met Ctrl-Alt- en Ctrl-Alt-, zodat u toegang krijgt tot de programma's in het geselecteerde bureaublad. U voorkomt zo dat vensters op één bureaublad boven op elkaar worden gestapeld.

Als u een venster naar de rand van het scherm sleept, wordt de kubus geroteerd en het venster op het nieuwe bureaublad geplaatst. Als u de kubus handmatig wilt roteren in 3-D, drukt u op Ctrl-Alt, klikt u met de linkermuisknop op het bureaublad en versleept u de muisaanwijzer. Met Ctrl-Alt-Shift- of kunt u de kubus roteren en neemt u ondertussen het geselecteerde venster mee.

Gebruik de opties onder Sleep de kubus met de muis door gebruik van om de standaardtoetsaanslagen te wijzigen die u gebruikt voor het roteren van de kubus.

Meer informatie over het toevoegen van een afbeelding achter de kubus vindt u bij de paragraaf "Een hemelkoepel weergeven achter de kubus ".

Randen spiegelen

Wanneer de functie voor randen spiegelen is ingeschakeld, wordt de bureaubladkubus naar de volgende zijde geroteerd wanneer u met de muisaanwijzer tegen de rand van het scherm stoot. U kunt kiezen of u de rand altijd wilt spiegelen of dat u deze functie alleen activeert wanneer u een venster of een pictogram naar de rand van het bureaublad sleept.

Gebruik de schuifregelaar onder aan het tabblad om te bepalen hoe lang (in microseconden) het duurt om de kubus te roteren nadat u met een venster of de muisaanwijzer tegen de rand van het bureaublad hebt gestoten.

Andere functiesAndere functies

Met de opties op dit tabblad kunt u de opties configureren voor het naast elkaar plaatsen van vensters, voor zoomen en voor watereffecten.

Figuur 2.10. Tabblad Andere functies

Tabblad Andere functies

Vensterkiezer

Met deze optie kunt u de vensters op het bureaublad naast elkaar plaatsen (schalen) zodat u ziet welke vensters zijn geopend. U kunt vervolgens een specifiek venster selecteren. Zo ziet u ook een afbeelding met alle toepassingen die op het bureaublad zijn geopend. Als u op Ctrl-Alt- drukt, worden alle vensters verkleind en rangschikt u ze opnieuw op het scherm zonder dat ze elkaar overlappen. Als u een venster selecteert met de muis krijgen alle vensters weer hun oorspronkelijke afmetingen en positie, waarbij het geselecteerde venster bovenop ligt.

Als u de toetsaanslagen wilt wijzigen waarmee u de vensters naast elkaar plaatst, klikt u op het vakje rechts van Activeren/deactiveren wanneer ik typ totdat Nieuwe sneltoets verschijnt. Druk vervolgens op de toetsaanslagen die u wilt gebruiken. De nieuwe toetsaanslagen verschijnen in het vak.

U kunt er ook voor kiezen om de vensters naast elkaar te plaatsen door de muisaanwijzer naar linksboven (standaard), rechtsboven, linksonder of rechtsonder op het scherm te verplaatsen.

Figuur 2.11. Toepassingen naast elkaar plaatsen

Toepassingen naast elkaar plaatsen

Zoomen

Met deze opties kunt u op gedeelten van het scherm inzoomen of uitzoomen. Hiermee verbetert u de toegankelijkheid van het bureaublad voor visueel gehandicapte gebruikers of iedereen die een gedeelte van het scherm groter wil weergeven.

Standaard zoomt u door op de Super-toets (de Windowstoets) en knop 3 te drukken in op een deel van het bureaublad. Als u een muis met twee knoppen hebt, drukt u op de Super-toets en vervolgens tegelijkertijd op de linker- en rechterknop. U kunt de muis verplaatsen terwijl u deze knoppen ingedrukt houdt om andere gedeelten van het scherm te zien. U kunt ook op de Super-toets drukken en het muiswiel gebruiken om handmatig op het bureaublad in en uit te zoomen.

Verder kunt u deze opties uitschakelen of de toetsaanslagen voor het zoomen wijzigen.

Watereffect

Met deze optie ontstaat een rimpeleffect op het scherm wanneer u de opgegeven toets of toetscombinatie (standaard Ctrl-Alt-Super) ingedrukt houdt of de muisaanwijzer verplaatst. Als u drukt op Shift-F9 kunt ook een regeneffect in- of uitschakelen. Als u de toetsaanslagen wilt wijzigen waarmee u het regeneffect inschakelt en uitschakelt, klikt u op het vakje rechts van Activeren/deactiveren wanneer ik typ totdat Nieuwe sneltoets verschijnt. Druk vervolgens op de toetsaanslagen die u wilt gebruiken. De nieuwe toetsaanslagen verschijnen in het vak.

Gebruik de balk met schuifregelaar onder aan het tabblad om de intensiteit van het regeneffect te bepalen.

Figuur 2.12. Watereffect

Watereffect

Xgl-sneltoetsenXgl-sneltoetsen

In de volgende tabel ziet u een lijst met de standaardtoetsaanslagen en de muisbewegingen die u kunt gebruiken om de bureaubladeffecten uit te voeren. Ga naar de paragraaf "Bureaubladeffecten wijzigen" als u deze snelkoppelingen wilt wijzigen.

Tabel 2.1. Sneltoetsen voor bureaubladeffecten

Effect

Sneltoets

Regeneffect inschakelen of uitschakelen

Shift-F9

Rimpelingen maken met de muisaanwijzer

Ctrl-Alt-Super (Windows-toets) en de muisaanwijzer verplaatsen

Panoramische weergave van alle bureaubladkubussen

Ctrl-Alt- (gebruik de pijl-links en pijl-rechts om te schuiven)

Bureaubladkubus roteren

Ctrl-Alt- of om een venster naar de rand van het scherm te verplaatsen

Bureaubladkubus handmatig roteren

Ctrl-Alt-klik met de linkermuisknop op het bureaublad en sleep de muisaanwijzer

Bureaubladkubus roteren terwijl u het huidige actieve venster meeneemt

Ctrl-Alt-Shift- of

Vensters afwisselen (miniatuurweergave)

Alt-→|

Vensters naast elkaar

Ctrl-Alt- of verplaats de muisaanwijzer naar de linkerbovenhoek van het scherm

Beverig venster

Klik met de linkermuisknop op het venster en sleep

Eenmaal zoomen

Super-toets (Windows-toets) en knop 3

Handmatig inzoomen

Super-toets (Windows-toets) en muiswiel omhoog

Handmatig uitzoomen

Super-toets (Windows-toets) en muiswiel omlaag


Meer bureaubladeffectenMeer bureaubladeffecten

Hieronder ziet u een aantal andere handelingen die u met Xgl kunt uitvoeren.

Taken afwisselenTaken afwisselen

Druk op Alt-→| om een miniatuurweergave te openen met alle vensters die op het bureaublad zijn geopend. Druk terwijl u de Alt-toets ingedrukt houdt op Tab om door de lijst met vensters te bladeren. De focus gaat naar het momenteel gemarkeerde venster. Laat de toetsen los om dat venster te openen.

Figuur 2.13. Miniatuurweergave

Miniatuurweergave

De kubus uitvouwen De kubus uitvouwen

Druk op Ctrl-Alt- om de bureaubladkubus uit te vouwen en een panoramische weergave van alle bureaubladen te openen. De bureaubladkubus wordt als een filmstrook over het scherm geplaatst. Met en kunt u een ander scherm selecteren. Dit is vergelijkbaar met de wisselfunctie (Alt-→|), maar u ziet een miniatuur van het hele bureaublad in plaats van de actieve vensters.

Figuur 2.14. Panoramische weergave van alle bureaubladkubussen

Panoramische weergave van alle bureaubladkubussen

Een hemelkoepel weergeven achter de kubus Een hemelkoepel weergeven achter de kubus

U kunt een achtergrondbehang (ook wel hemelkoepel genoemd) toevoegen die zichtbaar is wanneer u de bureaubladkubus roteert of uitvouwt.

  1. Klik op Computer+Meer toepassingen+Systeem+GNOME Configuratie Editor of druk op Alt-F2 en typ gconf-editor.

  2. Ga naar de registermap apps/compiz/plugins/cube/screen0/options.

  3. Blader naar beneden door de lijst rechts in de Configuratie Editor en selecteer hemelkoepel.

  4. Dubbelklik op skydome_image en geef het pad op naar de afbeelding van de hemelkoepel die u achter de kubus wilt weergeven.

    De afbeeldingen van de hemelkoepel moeten de indeling .png hebben. De afbeeldingen van de hemelkoepel hebben de voorgestelde afmetingen 1024 x 1024, 1024 x 2048, 1024 x 4096, 2048 x 1024, 2048 x 2048, 2048 x 4096, 4096 x 1024, 4096 x 2048 en 4096 x 4096.

  5. (Optioneel) Selecteer skydome_animated zodat het lijkt of u zich door de kubus verplaatst wanneer u de kubus roteert met de muis.

  6. Klik op OK.

  7. Klik op Bestand+Afsluiten om de Configuratie Editor te sluiten.

Figuur 2.15. Afbeelding hemelkoepel

Afbeelding hemelkoepel

Lettertypen configurerenLettertypen configureren

Als u de lettertypen wilt selecteren die moeten worden gebruikt in toepassingen, vensters, terminals en op het bureaublad, klikt u op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Lettertypen.

Figuur 2.16. Dialoogvenster Lettertypevoorkeuren

Dialoogvenster Lettertypevoorkeuren

In het bovenste gedeelte van het dialoogvenster ziet u de lettertypen die zijn geselecteerd voor toepassingen, documenten, bureaublad, venstertitels en een lettertype met een vaste breedte voor terminals. Klik op een van de knoppen om een selectiedialoogvenster te openen waarin u de lettertypegroep, de stijl en de grootte kunt opgeven. Voor meer informatie over de afzonderlijke opties klikt u op Help.

Menu's en werkbalken configurerenMenu's en werkbalken configureren

U kunt de weergave en het gedrag van menu's en werkbalken configureren. Klik op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Menu's en werkbalken.

Als u pictogrammen wilt weergeven in menu's, selecteert u Pictogrammen in menu's weergeven. Niet alle menuopties hebben pictogrammen.

Als u nieuwe sneltoetsen voor menuopties wilt definiëren, selecteert u Bewerkbare menusneltoetsen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, kunt u een sneltoets voor een toepassing wijzigen door de aanwijzer op de te wijzigen menuoptie te plaatsen en op de nieuwe toetscombinatie te drukken. Als u een sneltoetscombinatie wilt verwijderen, plaatst u de aanwijzer op de menuoptie en drukt u op <— of op Del.

[Important]Met nieuwe toetscombinaties kunnen standaardinstellingen worden gewijzigd

Als u een nieuwe toetscombinatie toewijst, wordt u niet gewaarschuwd als u een combinatie selecteert die voorheen aan een andere optie was toegewezen. De eerste toewijzing wordt verwijderd en vervangen door de nieuwe. Er is geen automatische manier om de oorspronkelijke, standaard sneltoets voor een opdracht te herstellen. U moet de snelkoppeling handmatig opnieuw toewijzen.

Met deze functie kunt u geen snelkoppelingen wijzigen die gewoonlijk zijn toegewezen voor alle toepassingen, zoals Ctrl-C voor kopiëren. Dat zou leiden tot inconsistenties in de GNOME-toepassingen.

Als u werkbalken wilt kunnen verplaatsen naar andere locaties op het scherm, klikt u op Verplaatsbare werkbalken. Als deze optie is ingeschakeld, verschijnt een handgreep links naast de werkbalken in uw toepassingen. Als u een werkbalk wilt verplaatsen, klikt u op de handgreep en sleept u de werkbalk terwijl u de muisknop ingedrukt houdt, naar de nieuwe locatie.

Selecteer een van de volgende opties om te bepalen hoe werkbalkknoplabels worden weergegeven in uw GNOME-toepassingen:

Tekst onder pictogrammen

hiermee worden de labels weergegeven onder de knoppictogrammen.

Tekst naast pictogrammen

hiermee geeft u pictogrammen weer op de werkbalk, met tekst naast de belangrijkste pictogrammen.

Alleen pictogrammen

hiermee geeft u alleen pictogrammen weer en geen tekstlabels.

Alleen tekst

hiermee geeft u tekstlabels weer voor elke knop zonder pictogrammen.

U ziet een voorbeeld van de geselecteerde optie in het dialoogvenster Voorkeuren voor menu's en werkbalken.

De schermbeveiliging configurerenDe schermbeveiliging configureren

Een schermbeveiliging is een programma dat het scherm leegmaakt en een afbeelding weergeeft wanneer de computer gedurende een bepaalde tijd niet wordt gebruikt. Oorspronkelijk diende de schermbeveiliging als beveiliging voor monitoren om te voorkomen dat afbeeldingen daarin gebrand werden. Nu worden ze vooral gebruikt als versiering of beveiliging.

Als u de schermbeveiliging wilt configureren, klikt u op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Schermbeveiliging.

Figuur 2.17. Dialoogvenster Voorkeuren voor schermbeveiliging

Dialoogvenster Voorkeuren voor schermbeveiliging

U kunt kiezen uit Willekeurig (willekeurige selectie van schermbeveiliging uit een eigen lijst), Leeg scherm of een selectie van geïnstalleerde schermbeveiligingen.

Selecteer een schermbeveiliging uit de lijst. De momenteel geselecteerde schermbeveiliging wordt getoond in het kleine voorbeeldvenster. Geef op hoe lang het scherm inactief moet zijn voordat de schermbeveiliging wordt geactiveerd, en of het scherm wordt vergrendeld als de schermbeveiliging wordt geactiveerd.

Een thema kiezenEen thema kiezen

Een thema is een groep van gecoördineerde instellingen waarmee de visuele weergave van een deel van het bureaublad wordt bepaald. U kunt thema's kiezen om het uiterlijk van het bureaublad te wijzigen. Gebruik het hulpprogramma Themavoorkeuren om een thema te selecteren uit een lijst met vooraf geïnstalleerde thema's. De lijst met beschikbare thema's omvat diverse thema's voor gebruikers met speciale toegangsvereisten.

Als u een thema wilt kiezen, klikt u op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Thema.

Een thema bevat instellingen die van invloed zijn op verschillende onderdelen van het bureaublad:

Besturingselementen

Met de instelling voor besturingselementen van een thema bepaalt u het uiterlijk van vensters, deelvensters en applets. Ook bepaalt u hiermee het uiterlijk van de onderdelen van de GNOME-interface die verschijnen in vensters, deelvensters en applets, zoals menu's, pictogrammen en knoppen. Een aantal opties voor besturingselementen zijn ontworpen voor speciale toegangsvereisten. U kunt een optie voor de besturingselementen selecteren op het tabblad Besturingselementen van het hulpprogramma Themadetails.

Vensterkader

De instelling voor het vensterkader van een thema bepaalt alleen het uiterlijk van de kaders rond vensters. U kunt een optie voor het vensterkader selecteren op het tabblad Vensterrand van het hulpprogramma Themadetails.

Pictogram

De pictograminstelling voor een thema bepaalt het uiterlijk van de pictogrammen in deelvensters en de bureaubladachtergrond. U kunt een optie voor de pictograminstelling selecteren op het tabblad Pictogrammen van het hulpprogramma Themadetails.

De kleurinstellingen voor het bureaublad en de toepassingen worden bepaald aan de hand van thema's. U kunt kiezen uit een reeks vooraf geïnstalleerde thema's. Als u een stijl kiest uit de lijst, wordt deze automatisch toegepast. Met Details opent u nog een dialoogvenster waar u de stijl van losse bureaubladelementen kunt aanpassen, zoals de vensterinhoud, vensterranden en pictogrammen. Als u wijzigen aanbrengt en het dialoogvenster sluit door op Sluiten te klikken, verandert het thema in Aangepast thema. Klik op Thema opslaan om het gewijzigde thema onder een aangepaste naam op te slaan. Via internet en andere bronnen zijn er veel aanvullende thema's voor GNOME beschikbaar als .tar.gz-bestanden. U kunt deze installeren met Thema installeren.

Procedure 2.1. Een aangepast thema maken

De thema's die worden vermeld in het hulpprogramma Themavoorkeuren vormen verschillende combinaties van opties voor besturingselementen, vensterkaders en pictogrammen. U kunt een eigen thema maken waarin verschillende optiecombinaties worden gebruikt.

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Thema.

  2. Selecteer een thema uit de lijst met thema's en klikt op Themadetails.

  3. Selecteer de optie voor besturingselementen die u in het aangepaste thema wilt gebruiken in de lijst op het tabblad Besturingselementen.

  4. Klik op het tabblad Vensterrand en selecteer vervolgens de kaderoptie die u wilt gebruiken in het aangepaste thema.

  5. Klik op het tabblad Pictogrammen en selecteer vervolgens de pictogramoptie die u wilt gebruiken in het aangepaste thema.

  6. Klik op Sluiten+Thema opslaan.

    Het dialoogvenster Thema op schijf opslaan verschijnt.

  7. Typ een naam en een korte omschrijving voor het aangepaste thema in het dialoogvenster en klik op Opslaan.

    Het aangepaste thema wordt nu weergegeven in de lijst met beschikbare thema's.

Procedure 2.2. Een nieuw thema installeren

U kunt een thema toevoegen aan de lijst met beschikbare thema's. Het nieuwe thema moet een gecomprimeerd archiefbestand zijn in de tar-indeling (een .tar.gz-bestand).

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Thema.

  2. Klik op Thema installeren.

  3. Geef de locatie van het archiefbestand op in het veld Locatie en klik op OK.

    U kunt ook klikken op Bladeren om naar het bestand te zoeken.

  4. Klik op Installeren om het nieuwe thema te installeren.

Procedure 2.3. Een nieuwe optie voor een thema installeren

U kunt nieuwe opties installeren voor besturingselementen, vensterkaders of pictogrammen. Via internet kunt u allerlei opties voor besturingselementen vinden.

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Thema.

  2. Klik op Themadetails en vervolgens op het tabblad voor het type thema dat u wilt installeren.

    Als u bijvoorbeeld een optie voor pictogrammen wilt installeren, klikt u op het tabblad Pictogrammen.

  3. Klik op Thema installeren.

  4. Geef de locatie van het archiefbestand op in het veld Locatie en klik op OK.

  5. Klik op Installeren om de nieuwe themaoptie te installeren.

Procedure 2.4. Een optie voor een thema verwijderen

U kunt opties voor besturingselementen, vensterkaders of pictogrammen verwijderen.

  1. Klik op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Thema.

  2. Klik op Themadetails en vervolgens op het tabblad voor het type optie dat u wilt verwijderen.

  3. Klik op Ga naar themamap.

    Er wordt een bestandsbeheervenster geopend met de standaardoptiemap.

  4. Gebruik het bestandsbeheervenster om de optie te verwijderen.

Venstergedrag aanpassenVenstergedrag aanpassen

Gebruik het hulpmiddel Venstervoorkeuren om het venstergedrag voor het bureaublad aan te passen. U kunt bepalen hoe een venster reageert op contact met de aanwijzer of op dubbelklikken op de titelbalk. Ook kunt u bepalen welke toets u ingedrukt moet houden om een toepassingsvenster te verplaatsen.

Als u het gedrag van venster wilt aanpassen, klikt u op Computer+Controlecentrum+Uiterlijk+Vensters.

Figuur 2.18. Dialoogvenster Venstervoorkeuren

Dialoogvenster Venstervoorkeuren

Het bureaublad is gevuld met diverse toepassingsvensters. Het actieve venster is standaard het venster waarop het laatst is geklikt. U kunt dit gedrag wijzigen met de optie Vensters selecteren door de muis eroverheen te bewegen. Indien gewenst activeert u Geselecteerde vensters verhogen na een interval en past u de wachttijd aan met de schuifregelaar. Hiermee worden vensters korte tijd hoger weergegeven nadat een venster de focus krijgt.

Toepassingvensters kunnen worden verborgen (opgerold) door op de titelbalk te dubbelklikken, zodat alleen de titelbalk nog zichtbaar is. Hiermee bespaart u ruimte op het bureaublad. Dit is het standaardgedrag. U kunt ook instellen dat vensters worden gemaximaliseerd wanneer u op de titelbalk dubbelklikt.

Met de keuzerondjes kunt u een modificatietoets opgeven waarop moet worden gedrukt om een venster te verplaatsen (Ctrl, Alt, Hyper of de Windows-toets).


SUSE Linux Enterprise Desktop GNOME Gebruikershandleiding 10 SP2