Printers beherenPrinters beheren

Inhoud

10.1. Een printer installeren
10.2. Printerinstellingen wijzigen
10.3. Afdruktaken annuleren
10.4. Een printer verwijderen

In SUSE Linux Enterprise kunt u gemakkelijk documenten afdrukken, of de computer nu rechtstreeks is aangesloten op een printer of via een externe verbinding met het netwerk. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u printers instelt in SLED en hoe u afdruktaken kunt beheren.

Een printer installerenEen printer installeren

Voordat u een printer kunt installeren, moet u het rootwachtwoord weten en de printergegevens bij de hand hebben. Afhankelijk van hoe u de printer aansluit, hebt u misschien ook de printer-URI, het TCP/IP-adres van de host en het stuurprogramma voor de printer nodig. Bij SLED wordt een groot aantal veelgebruikte printerstuurprogramma's meegeleverd. Als u een stuurprogramma voor de printer niet kunt vinden, controleert u de website van de printerfabrikant.

Een netwerkprinter installerenEen netwerkprinter installeren

  1. Klik op Computer > Controlecentrum > Printer toevoegen > Nieuwe printer.

  2. Voer het rootwachtwoord in.

  3. Klik op Netwerkprinter en selecteer het verbindingstype voor deze printer.

    CUPS Printer (IPP)

    een printer die is aangesloten op een ander Linux-systeem op hetzelfde netwerk dat met CUPS werkt of een printer die op een ander besturingssysteem is geconfigureerd voor IPP.

    Windows Printer (SMB)

    een printer die is aangesloten op een ander systeem dat een printer deelt via een SMB-netwerk (bijvoorbeeld een printer die is aangesloten op een Microsoft Windows-computer).

    UNIX Printer (LPD)

    een printer die is aangesloten op een ander UNIX-systeem dat kan worden geopend via een TCP/IP-netwerk (bijvoorbeeld een printer die is aangesloten op een Linux-systeem op het netwerk).

    HP JetDirect

    een printer die rechtstreeks op het netwerk is aangesloten in plaats van op een computer.

  4. Voer de gegevens van de printer in en klik op Vooruit.

  5. Selecteer het printerstuurprogramma voor deze printer en klik op Toepassen.

    U kunt ook een printerstuurprogramma installeren vanaf een schijf of het nieuwe stuurprogramma downloaden van de website van de printerfabrikant.

  6. Geef de gewenste opties (zoals een beschrijving of de locatie) voor de printer op in het dialoogvenster Eigenschappen en klik op Sluiten.

De geïnstalleerde printer verschijnt in het venster Printers. U kunt nu op de printer afdrukken vanuit een willekeurige toepassing.

Een lokale printer installerenEen lokale printer installeren

  1. Sluit de printerkabel aan op de computer en sluit de voeding van de printer aan.

    Het printerdialoogvenster moet nu worden geopend. Als dit niet gebeurt, klikt u op Computer > Controlecentrum > Printer toevoegen > Nieuwe printer om het venster te openen.

  2. Voer het rootwachtwoord in.

  3. Klik op Lokale printer.

  4. Als de printer automatisch is gedetecteerd, selecteert u de printer uit de lijst. Als de printer niet automatisch is gedetecteerd, klikt u op Geef een poort op voor een andere printer en selecteert u de correcte printerpoort.

  5. Klik op Vooruit.

  6. Selecteer het printerstuurprogramma voor deze printer en klik op Toepassen.

    U kunt ook een printerstuurprogramma installeren vanaf een schijf of het nieuwe stuurprogramma downloaden van de website van de printerfabrikant.

  7. Geef de gewenste opties (zoals een beschrijving of de locatie) voor de printer op in het dialoogvenster Eigenschappen en klik op Sluiten.

De geïnstalleerde printer verschijnt in het dialoogvenster Printers. U kunt nu op de printer afdrukken vanuit een willekeurige toepassing.


SUSE Linux Enterprise Desktop GNOME Gebruikershandleiding 10 SP2