Voer de volgende instructies uit als er geen bestaand Linux-systeem op uw computer is geļnstalleerd of als u een bestaand Linux-systeem wilt vervangen. Zie de paragraaf "SUSE Linux Enterprise Desktop bijwerken" voor informatie over het bijwerken van uw SLED 10-systeem.
Plaats de eerst cd of dvd van SUSE Linux Enterprise Desktop Service Pack in het station en start vervolgens de computer opnieuw op om het installatieprogramma te starten.
Selecteer in het opstartscherm en druk op Enter.
Hiermee wordt het installatieprogramma geladen en de installatie in de normale modus gestart. U kunt ook een keuze maken uit de volgende opties:
Opstarten vanaf vaste schijf: hiermee wordt het systeem opgestart dat reeds is geļnstalleerd op de vaste schijf (het systeem dat normaal wordt gestart bij het inschakelen van de computer).
Installatie—ACPI uitgeschakeld: Als de normale installatie mislukt, wordt de ACPI (Advanced Configuration and Power Interface) mogelijk niet door de systeemhardware ondersteund. Als dat het geval lijkt te zijn, kunt u deze optie gebruiken om de installatie uit te voeren zonder ACPI-ondersteuning.
Installatie—Lokale APIC uitgeschakeld: Als de normale installatie mislukt, wordt de APIC (Advanced Programmable Interrupt Controller) mogelijk niet door de systeemhardware ondersteund. Als dat het geval lijkt te zijn, kunt u deze optie gebruiken om de installatie uit te voeren zonder APIC-ondersteuning.
Installatie—Veilige instellingen: Hiermee wordt het systeem gestart in de DMA-modus (voor cd-romstations) en worden eventuele hinderlijke energiebeheerfuncties uitgeschakeld. U kunt tevens de opdrachtregel gebruiken voor het opgeven of wijzigen van kernelparameters.
Rescue-systeem: Als u niet kunt opstarten in uw geļnstalleerde Linux-systeem, kunt u met behulp van deze optie de computer opstarten vanaf de cd. Hiermee wordt een minimaal Linux-systeem zonder grafische gebruikersinterface gestart, waarmee u toegang kunt krijgen tot schijfpartities voor het oplossen van problemen en het repareren van het geļnstalleerde systeem.
Geheugentest: Hiermee wordt het RAM-geheugen van uw systeem getest door middel van herhaalde lees- en schrijfcycli. Dit wordt gedaan in een eindeloze lus omdat een beschadiging van het geheugen slechts zo nu en dan merkbaar is en er veel lees- en schrijfcycli nodig zijn om de beschadiging te detecteren. Als u vermoedt dat het RAM-geheugen defect is, kunt u deze test starten en een aantal uur onafgebroken laten uitvoeren. Als er na lange tijd geen fouten zijn gevonden, kunt u ervan uitgaan dat het geheugen niet beschadigd is. Beėindig de test door het systeem opnieuw op te starten.
Selecteer de taal die moet worden gebruikt tijdens de installatie en voor het geļnstalleerde systeem en klik op .
Lees de licentieovereenkomst, klik op en klik vervolgens op .
Selecteer en klik op :
Selecteer de klok en tijdzone die u wilt gebruiken in uw systeem. U kunt tevens de hardwareklok instellen op Lokale tijd of UTC. Als u de hardwareklok instelt op UTC wordt het schakelen tussen standaardtijd en zomertijd automatisch door SUSE Linux Enterprise Desktop uitgevoerd. Stel de klok in op Lokale tijd als u werkt met een dual boot-systeem. Klik op om verder te gaan.
Gebruik het scherm Installatie-instellingen om de gevonden hardware weer te geven en een aantal voorgestelde installatie- en partitioneringsopties te bekijken. Selecteer vervolgens de gewenste opties.
Het tabblad bevat opties waarvoor soms handmatige tussenkomst nodig is (bij de meeste gewone installaties). Het tabblad bevat speciale opties die hieronder worden beschreven.
![]() | Belangrijk |
|---|---|
Als u geen wijzigingen aanbrengt in de geselecteerde software, wordt GNOME geļnstalleerd als standaard bureaubladomgeving. Als u KDE wilt installeren, klikt u op en selecteert u . Afhankelijk van de beschikbare schijfruimte kunt u ervoor kiezen zowel het GNOME- als het KDE-bureaublad te installeren. | |
Na het configureren van de items in deze dialoogvensters keert u altijd terug naar het scherm Installatie-instellingen, dat overeenkomstig is bijgewerkt.
Systeem: hiermee kunt u de systeemhardware detecteren en de resultaten op een diskette of in een bestand opslaan.
Toetsenbordindeling: Hiermee kunt u de toetsenbordindeling wijzigen. De indeling is standaard gebaseerd op de taal die u eerder hebt geselecteerd.
Partitionering: Hiermee kunt u de partities aanpassen. In de meeste gevallen wordt door YaST een aanvaardbaar partitioneringsschema voorgesteld dat ongewijzigd kan worden geaccepteerd.
Zie sectie 3.7.1 "Partitionering" voor meer informatie over opties voor partitionering op http://www.novell.com/documentation/sled10/pdfdoc/sled10_deployment_sp2/sled10_deployment_sp2.pdf.
Invoegtoepassingen:
Gebruik deze optie om aanvullende producten van een andere mediumbron te installeren. U kunt verschillende typen productmedia selecteren, zoals cd, dvd of een lokale directory. U kunt ook rechtstreeks werken met ISO-bestanden (selecteer +).
Software: SUSE Linux Enterprise Desktop biedt verschillende soorten softwarepaketten met verschillende soorten installatie. Gebruik deze optie om de geselecteerde bureaubladomgeving te wijzigen en om pakketten en filters toe te voegen of te verwijderen.
Opstarten: Tijdens de installatie wordt door YaST een opstartconfiguratie voor uw systeem voorgesteld. Deze instelling hoeft u normaal gesproken niet te wijzigen, maar u kunt deze optie gebruiken als u een aangepaste installatie wilt uitvoeren.
U kunt het opstartmechanisme configureren om gebruik te maken van een speciale opstartdiskette. Hoewel dit betekent dat de opstartdiskette zich bij het opstarten in het diskettestation moet bevinden, wordt een bestaand opstartmechanisme hiermee niet gewijzigd. In de meeste gevallen is dit echter niet nodig omdat u in YaST de bootloader kunt configureren om ook bestaande besturingssystemen op te starten.
U kunt de opstartconfiguratie tevens gebruiken om de locatie van het opstartmechanisme op de vaste schijf te wijzigen.
Zie voor meer informatie "Paragraaf 17.3: De bootloader configureren met YaST" in de sleddepl; op http://www.novell.com/documentation/sled10/pdfdoc/sled10_deployment_sp2/sled10_deployment_sp2.pdf.
Tijdzone: hiermee kunt u de eerder geselecteerde tijdzone wijzigen.
Taal: Hiermee kunt u de taal wijzigen die u hebt ingesteld in Stap 3. Ook tijdens het aanmelden kunt u de taal wijzigen.
Standaard runlevel: Hiermee kunt u opgeven hoe het systeem moet worden gestart nadat het opstarten is voltooid. Gebruik het standaard runlevel 5: Volledig multi-user met netwerk en xdm (u wordt gevraagd u rechtstreeks aan te melden in een grafische interface). Wijzig het runlevel niet, tenzij u hiervoor opdracht hebt gekregen van uw systeembeheerder.
Klik op om een eventuele licentieovereenkomst te accepteren.
Als u wijzigingen hebt aangebracht in de standaardsoftwareselecties in Stap 7, moet u mogelijk klikken op om eventuele softwareafhankelijkheden op te lossen.
Klik op als u klaar bent met het configureren van de installatie-instellingen.
Klik op om de installatie te starten.
Na het voltooien van de algemene systeeminstallatie en de installatie van alle geselecteerde softwarepakketten, wordt de installatie opgestart in het nieuwe Linux-systeem. Vervolgens kunt u gebruikers maken, de hardware configureren en systeemservices instellen.
Als u de installatie uitvoert vanaf cd, moet u cd 1 in het cd-romstation laten zitten tijdens het opnieuw opstarten en geen installatieopties selecteren, behalve . Wanneer het opnieuw opstarten is voltooid, wordt de installatie verder uitgevoerd en wordt u gevraagd de overige cd's te plaatsen.
Typ een wachtwoord voor de account van de systeembeheerder (root-gebruiker of root genaamd) en klik op .
In tegenstelling tot gewone gebruikers die wel of niet gemachtigd zijn om bepaalde taken uit te voeren op het systeem, beschikt de root over onbeperkte bevoegdheden; bijvoorbeeld voor het wijzigen van de systeemconfiguratie, het installeren van programma's, het instellen van nieuwe hardware en het wijzigen van gebruikerswachtwoorden. Het is raadzaam de root-account alleen te gebruiken voor het beheren, onderhouden en repareren van het systeem. Als u zich voor het uitvoeren van dagelijkse werkzaamheden aanmeldt als root loopt u een groot risico, omdat één vergissing kan leiden tot onherstelbaar verlies van systeembestanden.
U mag het root-wachtwoord absoluut niet vergeten. Als u het wachtwoord hier eenmaal hebt ingevoerd, kan het niet meer worden achterhaald. Het kan alleen opnieuw worden ingesteld met behulp van professionele ondersteuning.
Geef een naam op voor deze computer en het DNS-domein waartoe deze behoort en klik op .
Gebruik het scherm Netwerkconfiguratie om de netwerkverbindingen van uw systeem weer te geven of te wijzigen. Klik vervolgens op .
Als u netwerkapparatuur hebt (bijvoorbeeld netwerkkaarten, draadloze kaarten, een DSL-verbinding, ISDN-adapter of modem) is het raadzaam deze meteen te configureren. Eventuele beschikbare updates kunnen dan via de internetverbinding door uw product worden opgehaald en in de installatie worden opgenomen.
Als u de netwerkconfiguratie wilt overslaan, klikt u op +.
Als u de interverbinding wilt testen, klikt u op en vervolgens op .
Met deze optie wordt ook gecontroleerd of u beschikt over de nieuwste releaseopmerkingen voor nld;. Als u de verbinding nu niet wilt testen (of wilt controleren op bijgewerkte releaseopmerkingen), klikt u op . Vervolgens klikt u op en gaat u verder met Stap 17.
Bekijk in het scherm Internetverbinding testen de resultaten van de test en klik vervolgens op om door te gaan.
Klik in het scherm Configuratie Novell Customer Center op ++ als u uw systeem geschikt wil maken voor online updates.
Klik op + als u deze stap wilt overslaan en door wilt gaan met de installatie. U kunt deze optie configureren nadat het product is geļnstalleerd.
Selecteer in het scherm Gebruikersverificatiemethode de optie , tenzij u andere instructies hebt gekregen van uw systeembeheerder. Klik vervolgens op .
Maak als volgt een gebruikersaccount: typ uw voornaam en achternaam in het veld , een gebruikersnaam in het veld en een wachtwoord (volgens de aanwijzingen van uw systeembeheerder) in het veld .
Uit veiligheidsoverwegingen moet uw wachtwoord uit minimaal acht tekens bestaan en zowel hoofdletters als kleine letters en getallen bevatten. De maximale lengte voor wachtwoorden is 72 tekens. Wachtwoorden zijn hoofdlettergevoelig.
Klik op om het instellen van de gebruikersverificatie te voltooien en de systeemconfiguratie te starten.
Bekijk de releaseopmerkingen nadat de systeemconfiguratie is voltooid en klik vervolgens op .
Gebruik het scherm Hardwareconfiguratie om uw grafische kaart en andere hardwareapparaten weer te geven of te configureren en klik vervolgens op .
Klik op een component om de configuratie ervan te starten. Tijdens de SUSE Linux Enterprise Desktop-installatie wordt het grootste gedeelte van de apparaten automatisch gedetecteerd en geconfigureerd.
Als u deze actie nu nog niet wilt uitvoeren, klikt u op +. U kunt deze items later configureren, maar het is raadzaam de grafische kaart wel meteen te configureren. Hoewel de beeldscherminstellingen die automatisch door YaST worden geconfigureerd over het algemeen acceptabel zijn, kan het zijn dat u bepaalde voorkeuren hebt met betrekking tot de resolutie, de kleurdiepte en andere grafische functies. Zie voor meer informatie sectie 7.13 "Sax2" in de Deployment Guide op http://www.novell.com/documentation/sled10/pdfdoc/sled10_deployment_sp2/sled10_deployment_sp2.pdf.
Klik in het scherm Installatie voltooid op om de installatie te sluiten en door te gaan naar het aanmeldingscherm.
Typ uw gebruikersnaam in het veld en druk op Enter.
Typ uw wachtwoord in het veld en druk op Enter.