Printers kunnen op uw lokale systeem worden aangesloten of in een netwerk worden opgenomen. Als u een lokale printer wilt gebruiken, controleer dan of deze is verbonden met uw computer. Schakel het systeem uit voordat u een niet-USB-printer aansluit.
U kunt printers configureren met YaST. Start YaST en selecteer + in het YaST-besturingscentrum. Hierdoor wordt het hoofdscherm voor printerconfiguratie geopend. Als de automatische detectie van afdrukapparaten niets oplevert, klikt u op in de dialoog om de procedure voor handmatige configuratie te starten. Volg de instructies in de help van YaST. Als u twijfelt welke optie u moet kiezen en welke gegevens u moet invoeren, kunt u contact opnemen met de systeembeheerder.
Als een afdrukapparaat goed is geconfigureerd, kunt u het vanuit elke toepassing gebruiken.