Printers kunnen op uw lokale systeem worden aangesloten of in een netwerk worden opgenomen. Als u een lokale printer wilt gebruiken, controleer dan of deze is verbonden met uw computer. Schakel het systeem uit voordat u een niet-USB-printer aansluit.
U kunt printers configureren met YaST. Start YaST en selecteer + om het hoofdvenster voor printerconfiguratie te openen. Afhankelijk van de netwerkomgeving op uw lokale printermodel, kan YaST de printer mogelijk automatisch configureren. Als de automatische detectie van afdrukapparaten niets oplevert, klikt u op in de dialoog om de procedure voor handmatige configuratie te starten. Volg de instructies in de help van YaST. Als u twijfelt welke optie u moet kiezen en welke gegevens u moet invoeren, kunt u contact opnemen met de systeembeheerder.
![]() |
Als een afdrukapparaat goed is geconfigureerd, kunt u het vanuit elke toepassing gebruiken.
SUSE Linux Enterprise bevat tevens iPrint waarmee werknemers die onderweg zijn, businesspartners en klanten toegang hebben tot printers vanaf verschillende externe locaties via bestaande internetverbindingen. Dankzij iPrint kunnen gebruikers hun documenten snel, gemakkelijk en betrouwbaar afdrukken, of ze op kantoor zijn of thuis werken, of een salesvergadering bijwonen in het buitenland. Zie voor meer informatie over het installeren Installing the iPRint Linux Client in de SUSE Linux Enterprise Desktop iPrint Client-gebruikershandleiding.
U kunt via het GNOME-controlecentrum ook uw afdrukopdrachten aansturen en beheren. Klik op ++. U hebt beheerdersrechten (root-rechten) nodig.