Om gecodeerde berichten met andere gebruikers te kunnen uitwisselen, maakt u eerst uw eigen sleutelpaar. De ene helft, de openbare sleutel, wordt naar uw communicatiepartners verstuurd. Die kunnen de sleutel gebruiken om hun bestanden of e-mailberichten te coderen.. De andere helft, de persoonlijke sleutel, wordt gebruikt om de gecodeerde inhoud te decoderen.
![]() | Persoonlijke versus openbare sleutel |
|---|---|
De openbare sleutel is bedoeld voor het publiek en moet worden verspreid onder al uw communicatiepartners. Alleen u mag echter toegang hebben tot de persoonlijke sleutel. Geef andere gebruikers geen toegang tot deze gegevens. | |
Start KGpg vanuit het hoofdmenu of druk op Alt-F2 en voer kgpg in. Als u het programma voor het eerst start, verschijnt een assistent die u door de configuratie leidt. Volg de instructies totdat u wordt gevraagd een sleutel te maken. Voer een naam, een e-mailadres en eventueel een toelichting in. Als u niet akkoord gaat met de standaardinstellingen, kunt u ook de vervaldatum van de sleutel, de grootte van de sleutel en het te gebruiken coderingsalgoritme instellen. Zie Afbeelding 10.1, "KGpg: een sleutel maken".
Als u KGpg later opnieuw start, verschijnt in het systeemvak alleen een klein pictogram met een hangslot. Klik op dat pictogram om het hoofdvenster van KGpg op het bureaublad weer te geven.
Bevestig uw instellingen met . In de volgende dialoog wordt u gevraagd twee maal een wachtwoord in te voeren. De relatieve kracht van het gekozen wachtwoord wordt gemeten en weergegeven door de . Vervolgens wordt een sleutelpaar gemaakt en een overzicht weergegeven. Het is raadzaam om meteen ook een intrekkingscertificaat op te slaan of af te drukken. U hebt dit certificaat nodig als u het wachtwoord voor uw persoonlijke sleutel kwijt bent en dus moet intrekken. Sluit af met . Het hoofdvenster van KGpg wordt weergegeven. Zie Afbeelding 10.2, "De sleutelbeheerder".