Inhoud
Printers kunnen op uw lokale systeem worden aangesloten of in een netwerk worden opgenomen. Er zijn verschillende manier waarop een printer in SUSE Linux Enterprise® kan worden ingesteld: met YaST, met KDE-afdrukbeheer op via de opdrachtregel. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u printers kunt instellen met KDE-afdrukbeheer Nadat de printer goed is geconfigureerd, kan deze door iedere toepassing worden aangeroepen.
Voor informatie over het beheren van printers met iPrint® gaat u naar de gebruikershandleiding van iPrint op http://www.novell.com/documentation/sled10/.
![]() | Problemen oplossen |
|---|---|
Neem contact op met de systeembeheerder als u bij het configureren van een printer problemen ondervindt. Uitgebreide informatie over het configureren van printers voor beheerders is te vinden in Hoofdstuk Printer Operation (↑Deployment Guide). | |
Om een printer te kunnen installeren, moet u het root-wachtwoord en uw printergegevens bij de hand houden. Afhankelijk van de verbinding met de printer moet u mogelijk ook de URI, het TCP/IP-adres, de TCP/IP-host en het stuurprogramma voor de printer weten. Een aantal bekende printerstuurprogramma's wordt meegeleverd met SLED. Raadpleeg de website van de fabrikant als u voor een bepaalde printer geen stuurprogramma kunt vinden.
Om een printer in KDE in te stellen, start u Afdrukbeheer vanuit het hoofdmenu (++). U kunt ook op Alt-F2 drukken en kcontrol indrukken. Klik op de linkernavigatiebalk van het KDE-besturingscentrum op +.
Als root kunt u een printer instellen met behulp van een wizard. Deze werkt als volgt. Als u twijfelt welke optie u moet kiezen en welke gegevens u moet invoeren, kunt u contact opnemen met de systeembeheerder.
Zie de paragraaf "Een Windows-netwerkprinter configureren en openen" voor uitgebreide informatie over het aanroepen en configureren van een Windows-netwerkprinter.
Klik op en voer het root-wachtwoord in.
Klik op en selecteer . De wordt geopend.
Klik op .
Selecteer het type verbinding voor deze printer. U kunt kiezen uit de volgende opties:
: een printer die op uw eigen werkstation is aangesloten via een parallelle, seriële of USB-verbinding.
: een printer die op een ander UNIX- of Linux-systeem is aangesloten en kan worden aangeroepen via een TCP/IP-netwerk (bijvoorbeeld een printer die aan een ander Linux-systeem in uw netwerk is gekoppeld).
: een printer die op een ander systeem is aangesloten waarop de printer wordt gedeeld via een SMB-netwerk (bijvoorbeeld een printer die aan een Microsoft Windows-computer is gekoppeld).
: een printer die op een netwerk met het TCP-protocol is aangesloten.
: een printer die op een ander Linux-systeem op hetzelfde netwerk is aangesloten waarop CUPS wordt uitgevoerd of een printer die op een ander besturingssysteem met IPP is geconfigureerd.
: een printer die is aangesloten op een netwerk met IPP/HTTP-protocol.
: kies deze optie als uw printer niet in een van de andere klassen valt.
: kies deze optie als u printers van een bepaalde klasse wilt zoeken.
Klik op en voer de gevraagde informatie in. Klik in de laatste dialoog van de wizard op . De wizard wordt gesloten.
Klik om de dialoog te sluiten.
Als u vanuit een KDE-toepassing wilt afdrukken, kunt u nu de printer selecteren in de KPrinter-dialoog en een afdruktaak starten. Zie de paragraaf "Afdruktaken in KDE starten" voor meer informatie over het verzenden en bewaken van afdruktaken in KDE.