Inhoud
Samenvatting
K3b is een uitgebreid programma voor het schrijven van data- en audio-cd's en -dvd's. Start het programma vanuit het hoofdmenu of door de opdracht k3b in te voeren. In de volgende secties wordt uitgelegd hoe u een eenvoudig brandproces kunt starten om uw eerste Linux-cd of -dvd te maken.
Als u een data-cd wilt maken, gaat u naar ++. Als u een data-dvd wilt maken, gaat u naar ++. De projectweergave verschijnt in het onderste deel van het venster, als afgebeeld in Afbeelding 21.1, "Een nieuw dataproject maken". Sleep de gewenste directory's of bestanden van uw home directory naar de projectmap. Sla het project onder de gewenste naam op met +.
Selecteer daarna op de werkbalk of druk op Ctrl-B. Er verschijnt een dialoog met zes tabbladen met diverse opties voor het schrijven van de cd of dvd. Zie Afbeelding 21.2, "Het brandproces aanpassen".
Het tabblad heeft diverse instellingen voor het brandapparaat, de snelheid en de brandopties. De volgende opties worden aangeboden:
Het gedetecteerde schrijfapparaat wordt weergegeven onder dit pop-upmenu. U kunt hier ook de snelheid selecteren.
![]() | Selecteer de schrijfsnelheid met zorg |
|---|---|
Normaal gesproken selecteert u , zodat de hoogste schrijfsnelheid wordt gekozen. Als u deze waarde verhoogt maar uw systeem de gegevens niet snel genoeg kan verzenden, wordt de kans op buffer-underruns groter. | |
Deze optie bepaalt hoe de cd of dvd door de laser wordt beschreven. Voor cd's zijn er drie modi: DAO, TAO en RAW. In de DAO (Disk At Once)-modus wordt de laser tijdens het schrijven niet gedeactiveerd. Deze modus wordt aanbevolen voor het maken van audio-cd's. In de TAO (Track At Once)-modus wordt voor iedere track een afzonderlijk schrijfproces uitgevoerd. De RAW-modus wordt niet vaak gebruikt, omdat het schrijfapparaat geen gegevenscorrecties uitvoert.
Voor dvd's zijn eveneens drie modi beschikbaar: DAO, incrementeel en overschrijven. In de DAO-modus kunnen geen multisessie-dvd's worden gemaakt. Voor een multisessie-dvd selecteert u de incrementele modus. In de overschrijfmodus kunt u het ISO9660-bestandssysteem vanaf de eerste sessie op herschrijfbare media uitbreiden met growisofs.
In de meeste gevallen kunt u het beste selecteren, zodat K3b de meest geschikte instellingen kiest.
Deze functie kan worden gebruikt om te controleren of de geselecteerde schrijfsnelheid door uw systeem wordt ondersteund. Om het systeem te testen, wordt het schrijfproces uitgevoerd met gedeactiveerde laser.
Brandt de gewenste gegevens zonder eerst een image-bestand te maken (deze functie kan beter niet worden gebruikt op minder krachtige computers). Een image-bestand— ook wel ISO-image— genoemd is een bestand met de volledige inhoud van de cd. Dit bestand wordt vervolgens op de cd gebrand.
Met deze optie wordt een image-bestand gemaakt. Stel het pad voor dit bestand in onder op het tabblad . Het image-bestand kan op een later moment op een cd worden gebrand. Hiervoor gebruikt u +. Als deze optie wordt gebruikt, worden alle andere opties in deze sectie gedeactiveerd.
Verwijder na afloop het tijdelijke image-bestand van de vaste schijf.
Controleer de integriteit van de geschreven gegevens door de MD5-controlesom van de oorspronkelijke en de gebrande gegevens te vergelijken.
Het tabblad is alleen toegankelijk als de optie is geselecteerd. Geef in dit geval het bestand op waarnaar de ISO moet worden geschreven.
Het tabblad bevat twee opties. Het eerste, , is alleen beschikbaar voor cd's. Hier kan de configuratie worden vastgelegd van de wijze waarop datatracks kunnen worden geschreven. Over het algemeen wordt beschouwd als de beste methode. De wordt gebruikt om gegevens toe te voegen aan een reeds beschreven maar nog niet voltooid medium.
Op het tabblad kunt u algemene informatie invoeren die kan worden gebruikt om dit specifieke dataproject, de uitgever, de maker, de gebruikte toepassing en het gebruikte besturingssysteem te identificeren. Op het tabblad kunt u instellingen voor het bestandssysteem opgeven (RockRidge, Joliet, UDF). Hier kunt u ook bepalen hoe moet worden omgegaan met symbolische koppelingen, bestandsmachtigingen en spaties. Op het tabblad kunnen ervaren gebruikers meer instellingen opgeven.
Als alle instellingen zijn opgegeven, kunt u het daadwerkelijke brandproces starten met . U kunt de instellingen ook opslaan met om deze later te gebruiken of aan te passen.