Er kunnen zich problemen voordoen met de verbinding. De methodes voor het oplossen en voorkomen van die problemen hangen af van het gebruikte hulpprogramma.
Enkele problemen die zich soms voordoen met KNetworkManager zijn het niet starten van de applet, een ontbrekende VPN-optie en problemen met SCPM.
De KNetworkManager-applet automatisch starten als het netwerk is ingesteld op besturing met NetworkManager. Als de applet niet start, controleert u eerst of het pakket NetworkManager-kde is geļnstalleerd.
Als de bureaubladapplet is geļnstalleerd maar niet wordt uitgevoerd (misschien hebt u de applet ongemerkt afgesloten), start u die handmatig. Om de applet handmatig te starten voert u knetworkmanager uit vanaf een opdrachtprompt.
NetworkManager-applets en VPN-ondersteuning voor NetworkManager worden in afzonderlijke pakketten gedistribueerd. Als in de NetworkManager-applet de VPN-optie ontbreekt, controleert u of het pakket met NetworkManager-ondersteuning voor uw VPN-technologie is geļnstalleerd.
De volgende pakketten bevatten VPN-ondersteuning:
NovellVPN—pakket NetworkManager-novellvpn
OpenVPN—pakket NetworkManager-openvpn
vpnc (Cisco)—pakket NetworkManager-vpns
U gebruikt SCPM waarschijnlijk samen met NetworkManager. Op dit moment is NetworkManager niet in staat met SCPM-profielen te werken. Gebruik NetworkManager niet samen met SCPM als SCPM-profielen tevens worden gebruikt om netwerkinstellingen te wijzigen. Als u SCPM en NetworkManager tegelijkertijd wilt gebruiken, schakelt u de netwerkbron uit in de SCPM-configuratie.
Met KInternet kan zich onder andere het probleem voordoen dat de applet niet start of dat niet alle apparaten verschijnen.
Als KInternet niet automatisch start, controleert u eerst of het pakket kinternet is geļnstalleerd. Als KInternet is geļnstalleerd maar om welke reden dan ook niet wordt uitgevoerd, start u KInternet handmatig. Om KInternet te starten, voert u kinternet uit van de opdrachtprompt.
Standaard zijn in KInternet uitsluitend geconfigureerde modems zichtbaar. Als u in KInternet andere netwerkinterfaces wilt inschakelen, schakelt u in het betreffende YaST-netwerkdialoogvenster voor apparaatactivering de optie in.